Grotten
In vijf nationale parken, Aggtelek-Jósvafõ, Bükk, Boedapest, de Balaton Hooglanden en Zuid-Transdanubië, zijn grotten opengesteld voor publiek. In totaal telt Hongarije ca. 3000 beschermde grotten, waarvan 26 met een lengte van meer dan één kilometer. De grootste grotten zijn de Baradia-grot bij Aggtalek met een lengte van 17 kilometer (8 kilometer in Slowakije) en de Pál võlgyi grot in Boedapest onder de wijk Rószadomb met een lengte van 11 kilometer.
Boedapest is de enige hoofdstad met meer dan 30 kilometer aan grotten. Daarvan zijn er negen opengesteld voor publiek en vijf voor speleologen.
Grootste grotten
Baradla-Domica, 24,0 km lang, 116 m diep, gelegen in Aggtelek (8 km in Slowakije):
Pálvõlgyi, 12,4 km lang, 104 m diep, gelegen nabij Boedapest:
Béke 6,4 km lang, 59 m diep, gelegen nabij Aggtelek:
István-lápa ,6,0 km lang en 253 m diep, gelegen nabij Bükk:
József-hegyi, 5,5 km lang, 103 m diep, omgeving Boedapest:
Mátyás-hegyi, 5,1 km lang, 108 m diep, omgeving Boedapest:
Bolhás-Jávorkút, 4,7 km lang, 130 m diep, omgeving Bükk:
Csodabogyós 3,7 km lang, 111 m diep, omgeving Keszthelyi:
Szabadság, 3,3 km lang, diepte onbekend, omgeving Aggtelek:
|