Het zuidelijke deel van de grote Hongaarse laagvlakte wordt ook wel Dél-Alföld genoemd. Het is een 'oneindig laagland: zo werd dit landschap genoemd door de dichter Sándor Petiffi, die verliefd was op de Hongaarse poesta en de rivier de Tisza. De Tisza brengt water naar het droge, zanderige landschap en levert de vis voor de ongeëvenaarde vissoep. Op de zuidelijke laagvlakte schijnt de zon het meest en brengt het overvloedige thermaalwater verlichting voor menig kwaal.